Denkvoer

1. Zorg dat je droog blijft. Trek een waterdichte buitenlaag aan en werk met laagjes, zodat je niet te veel gaat zweten. Zweet maakt je kleding nat, en daar kan je het koud van krijgen. Wat ik zelf altijd als referentiepunt neem: als het koud aanvoelt wanneer je stilstaat voordat je begint, dan heb je het tijdens het bewegen precies goed warm.

Laagjes betekent: een ademende laag die het zweet afvoert, gevolgd door een isolatielaag en vervolgens een winddichte en eventueel waterdichte laag (dat laatste alleen bij nat weer, omdat die minder goed ademt).

2. Trek tijdens een pauzemoment meteen een extra laag aan. Zodra je stil gaat zitten, koel je namelijk snel af. Met een extra laag houd je de warmte langer vast. Zorg dat je die snel uit je tas kunt pakken door hem bovenop te leggen. Dan trek je hem sneller aan.

3. Niet zozeer voor de weersomstandigheden, maar vooral voor in de tent: zorg dat je warm je slaapzak in stapt. Doe bijvoorbeeld nog even twintig keer push-ups of loop een rondje. Als je eenmaal koud bent, krijg je het in je slaapzak niet meer warm. De kou komt trouwens vooral uit de grond. Voor het slapen is een isolatiemat met een R-waarde van 3 of zelfs 4 aan te raden. Een dunnere mat met een reflecterend matje eronder scheelt ook al een heleboel.

4. Bonustip: draag een muts. Je verliest tot wel 30 procent van je warmte via je hoofd.

Geschreven door
Remco Wietsma

Denkvoer

De hunkering naar avontuur

Lees volgende Story
54855546141_cd8e5844f5_k.jpg